Advies Individuele Studietoelage Rotterdam 2015

Inleiding

Met de invoering van de Participatiewet wordt ter vervanging van de studieregeling in de Wajong een nieuwe individuele studietoeslag geïntroduceerd. Deze individuele studietoeslag wordt verstrekt in de vorm van bijzondere bijstand. Achtergrond van de regeling is, dat jongeren met een beperking minder goed in staat zijn hun opleiding te combineren met werk. De studieregeling is bedoeld om te voorkomen dat zij hierdoor vaker en meer moeten lenen dan jongeren die naast hun opleiding wel kunnen werken. Het rijk heeft 35 miljoen euro voor deze regeling beschikbaar gesteld waarvan 6 miljoen in 2015.

 

Het college van Rotterdam stelt bij verordening regels vast voor het toekennen van de studietoeslag aan studerende jongeren woonachtig in Rotterdam met een arbeidsbeperking. WSW-adviesraad Rotterdam is gevraag advies uit te brengen op basis van het aan haar ter beschikking gestelde ontwerpbesluit Individuele Studietoeslag Rotterdam 2015.

 

In december 2014 heeft WSW-adviesraad Rotterdam zich met het advies Koersdocument Participatiewet Rotterdam over dit onderwerp uitgesproken. De WSW-adviesraad heeft aangegeven te kiezen voor aansluiting bij de studieregeling zoals toegepast in de Wajong. Bij het versoberen van de studieregeling wordt het voor jongeren aantrekkelijker de studie voortijdig te beëindigen. Inkomens- ondersteuning vanuit de gemeente levert dan aanzienlijk meer op dan de individuele studietoeslag. Slecht voor de jongeren en zeker ook slecht voor het gemeentelijk budget.

 

WSW-adviesraad Rotterdam is het opgevallen dat het nu voorliggende ontwerp- besluit uitermate summier van opzet is. De adviesraad zou graag zien dat er op zijn minst een aanvraag- en een wijzigingsformulier worden opgenomen in de procedure en de verordening. Verder mist de verordening een hardheidsclausule en bestaat er twijfel of artikel 4 wel uitvoerbaar is. De individuele studietoeslag is namelijk geen voorschotregeling, het recht op de toeslag ontstaat op het moment van de aanvraag.  Als na de aanvraag niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, heeft dat geen gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het kan voorkomen dat een iemand geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag. Bepalend voor het recht op toeslag is uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag. De voorgestelde terugvordering uit artikel 4 lijkt daarmee in strijd.

 

Mede gelet op bovenstaande en het gegeven dat het voor jongeren veel praktischer  is de toeslag maandelijks te ontvangen, is de WSW-adviesraad geen voorstander van een halfjaarlijkse vooruitbetaling. Het argument van administratieve last is begrijpelijk, echter het achteraf corrigeren vergt ook de nodige tijd en energie van het ambtelijk apparaat.

 

WSW-adviesraad Rotterdam adviseert het college te kiezen voor het Amsterdamse model. Amsterdam kiest voor aansluiting bij de eerder toegepaste studieregeling in de Wajong. Naar het oordeel van de WSW-adviesraad is het wenselijk dat in navolging van Amsterdam ook de andere drie grote steden uit de G4 kiezen voor de regeling zoals voorgesteld door Amsterdam.

Het is nu nog niet duidelijk hoeveel Rotterdammers uiteindelijk gebruik gaan maken van de individuele studietoeslag. In het koersdocument Participatiewet Rotterdam wordt aangenomen dat er jaarlijks 300 mensen met een arbeidsbeperking in Rotterdam starten met het volgen van een opleiding. Het op voorhand al kiezen voor versobering van de studieregeling is een slecht signaal naar deze groep jongeren die ervoor kiest te investeren in zichzelf. De financiële risico’s zijn overzichtelijk en beperkt, het  rechtvaardigt naar de mening van de WSW-adviesraad Rotterdam de keus deze groep Rotterdamse jongeren maximaal te blijven ondersteunen.

 

WSW-adviesraad Rotterdam wacht met belangstelling uw reactie op dit advies af.

 

Met vriendelijke groet,

 

  1. de Gelder

voorzitter

 

Advies Individuele Studietoeslag Rotterdam 2015

Artikel 1. Aanvraag

Het college kan op aanvraag aan een persoon die voldoet aan het gestelde in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, een individuele studietoeslag verlenen.

Artikel 2. Voorwaarden

  1. De persoon, bedoelt in het eerste artikel, dient te voldoen aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 36b, eerste lid, onderdelen a tot en met d van de Participatiewet, om in aanmerking te kunnen komen voor een studietoeslag.
  2. Indien de persoon niet voldoet aan artikel 36b, eerste lid, onderdeel d, van de Participatiewet maar er wel sprake is van een medische urenbeperking conform artikel 6b, eerste lid, van de wet, dan kan deze persoon, mits voldaan wordt aan artikel 36b, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet, ook in aanmerking komen voor de studietoeslag.

 

Artikel 3. Hoogte

De individuele studietoeslag bedraagt een percentage van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor gehuwden, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet. Dit percentage is voor personen in de leeftijd tot 21 jaar 15%, van 21 jaar 18%, van 22 jaar 21% en vanaf 23 jaar 25%.

Artikel 4. Frequentie van betaling van de individuele studietoeslag

De individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald

Artikel 5. Toekenning en beëindiging van de individuele studietoeslag

  1. De individuele studietoeslag wordt niet eerder toegekend dan vanaf de eerste dag van de maand waarop de aanvraag is ingediend voor de (resterende) duur van het school- of studiejaar. Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet wordt ingediend middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier.
  2. De individuele studietoeslag wordt tussentijds beëindigd zodra de studie wordt gestaakt of betrokkene niet langer voldoet aan het gestelde in art. 36b, eerste lid, onder b, van de wet. Relevante veranderingen wordt doorgegeven middels een door het college vastgesteld wijzigingsformulier.

Artikel 6. Nadere uitvoeringsregels

Het college kan bij uitvoeringsbesluit nadere regels stellen in het belang van een zorgvuldige

uitvoering van deze verordening.

Artikel 7. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald, indien strikte toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.

 

Artikel 9. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Individuele Studietoelage Rotterdam 2015.

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van XX 2015.

 

 

De griffier,                                                                              De voorzitter,

 

Bijlage 1

 

De hoogte van de studietoeslag is afhankelijk van leeftijd. Het bedrag is een percentage van de bijstandsnorm voor gehuwden.

Leeftijd Bedrag per maand % van de bijstandsnorm voor gehuwden
18 tot en met 20 jaar € 205,89 15%
21 jaar € 247,07 18%
22 jaar € 288,25 21%
vanaf 23 jaar € 343,16 25%