Advies spa22 en Wsw-raad, over wsw’ers in de wijk 2011

Sw’ers zichtbaar en dienstbaar aan het werk in de wijk:

basis in wijkservicepunten

 

 

Gezamenlijk advies Wijkservicepunten en Gebiedsgerichte inkoop zorg en welzijn (GGI)

Stichting Platform Agenda 22 en Wsw-raad Rotterdam

 

Inleiding

De (reeds in de jaren ’90) ingezette trend is om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Met de strengere criteria voor verblijf in een verzorgings- of verpleeghuis, blijven mensen ook steeds langer zelfstandig wonen, vaak met hulp of ondersteuning. De gemeente levert een deel van deze benodigde hulp/ondersteuning vanuit de Wmo (huishoudelijke verzorging, aangepast vervoer, rolstoelen, woningaanpassingen).

De gemeente wil de individuele voorzieningen uit de Wmo zoveel mogelijk collectief gaan aanbieden.

Een ander deel van de hulp/ondersteuning wordt door zorgaanbieders geleverd en bekostigd uit de AWBZ (verpleegkundige zorg, persoonlijke verzorging, begeleiding).

De AWBZ wordt echter gemoderniseerd. Dat houdt in dat deze wet wordt teruggebracht tot de kern waarvoor deze ooit is ingesteld, nl. een verzekeringswet voor bijzondere ziektekosten. Steeds meer functies die in de loop der jaren ook als ‘bijzondere ziektekosten’ werden aangemerkt, gaan nu uit de AWBZ. Deze functies worden ondergebracht bij gemeenten (Wmo) of bij ziektekostenverzekeraars (Zvw). Dat heeft tot gevolg dat huishoudelijke verzorging al is overgegaan naar de gemeenten, en dat de functie begeleiding naar verwachting in 2013 voor ‘oude’ klanten en in 2014 voor alle klanten onder verantwoordelijkheid van de gemeenten valt.

Nieuwe voorzieningen die door de gemeente geleverd moeten worden vanaf 2013 / 2014:

– ondersteuning,

– begeleiding, zowel individueel als groepsbegeleiding (dagopvang).

Naast het zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, treedt de overheid steeds meer terug en doet een groter beroep op de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers. Ook doet de overheid een groter beroep op vrijwilligers. De gemeente biedt hen ondersteuning (b.v. door middel van organisaties als CvD, UVV, SVR).

Door het verminderde aanbod bij Wsw-bedrijven aan beschut werk, moeten er nieuwe mogelijkheden gevonden worden waar mensen met een Wsw indicatie hun competenties en talenten kunnen inzetten.

Daarnaast zijn er bij mensen die onder de Wwnv vallen, veel talenten en competenties die goed ingezet kunnen worden, ook in de (eigen) buurt. De kunst is om het aanbod aan talenten in deze groep te vinden en in te zetten waar daar behoefte aan is. Bijvoorbeeld voor werkzaamheden in het buurthuis, bij bewonersorganisaties of dienstverleners.

 

Wijkservicepunten (dienstverlenende organisatie in het Wmo-netwerk in de wijk)

Wsw-raad Rotterdam en SPA22 denken voor deze matching aan het volgende. Er kunnen wijkservicepunten worden opgezet, waarin vraag en aanbod voor mantelzorgondersteuning, vrijwillige thuishulp, schuldhulpmaatjes, andere maatjesprojecten, (toekomstige) vormen van begeleiding, klussendiensten, wijkbussen, vrijwilligerswerk, maatschappelijke stages e.d. bij elkaar gebracht kunnen worden. Daarbij wordt de vraag naar deze activiteiten gekoppeld aan het aanbod (= de talenten en competenties) vanuit mensen in de Wsw die in de wijk willen werken. Daarnaast kan ook voor anderen een match worden gezocht, zoals uitkeringsgerechtigden die werkervaring op moeten doen, vrijwilligers. Zo krijgen alle bewoners kansen die aansluiten op hun mogelijkheden en capaciteiten.

Een wijkservicepunt moet verder gaan dan alleen vraag en aanbod bij elkaar brengen. Het moet een punt in de wijk zijn dat van de wijk en de bewoners is, voor de wijk en de bewoners. Dus laagdrempelig, toegankelijk, flexibel, niet star, actief in contact met de wijk en de bewoners, waarbij alle werkzaamheden / activiteiten gericht zijn op de wijk en de bewoners, op de leefbaarheid, sociale cohesie en diensten, op verbinding tussen plaatselijke organisaties / ondernemingen en bewoners.

Een wijkservicepunt heeft ook goede contacten met verschillende organisaties van bewoners, zowel voor de vraag- als voor de aanbodkant. Het wijkservicepunt sluit zoveel mogelijk aan bij relevante initiatieven van de deelgemeente. Bewonersorganisaties kunnen daarin een bijzondere plaats innemen, omdat zij al met en voor bewoners werken en in de wijk staan.  Daarnaast heeft het wijkservicepunt als back office organisatie van VraagWijzer korte lijnen met het VraagWijzer loket, dat informatie en advies (folders, algemene doorverwijzingen) geeft aan bewoners.

Basisuitgangspunt van een wijkservicepunt is het uitgaan van de burgers en hun kracht.

 

Doelgroepen met potentieel aanbod

Doelgroepen die via een wijkservicepunt (dienstverlenende organisatie in het Wmo-netwerk in de wijk) kunnen deelnemen, omdat zij dienstverlenings- zorg- of ondersteuningstalenten in de aanbieding hebben, zijn:

  • Wsw’ers
  • Vrijwilligers / actieve bewoners
  • Uitkeringsgerechtigden (Wwnv)
  • Niet-Uitkeringsgerechtigden
  • Jongeren (Maatschappelijke stage)

 

Doelgroepen met potentiële vraag

Doelgroepen die door een wijkservicepunt (dienstverlenende organisatie in het Wmo-netwerk in de wijk) bereikt moeten worden, met een dienstverlenings-, zorg- of ondersteuningsvraag, zijn:

  • Ouderen en mensen met een beperking die zelfstandig wonen
  • Personen die (individuele of groeps)begeleiding kwijtraken in 2013 of 2014
  • ‘Vlechtwerkers’ of andere beroepskrachten (die vragen van burgers krijgen)
  • Bewonersorganisaties
  • Ondernemers
  • Zorgaanbieders
  • Woningcorporaties.

 

Activiteiten

De activiteiten waarvoor vraag en aanbod bij elkaar gebracht kunnen worden door Wijkservicepunten zijn divers. Het kan gaan om:

–      Commerciële activiteiten (zoals pakketbezorging voor bedrijven als Post.nl);

–      Dienstverlenende activiteiten van de gemeente (collectieve Wmo taken, zoals uitleen   scootmobielen, rolstoelen, kleine woningaanpassingen, klussendienst e.d.)

–      Vervoer (wijkbussen, dagopvang, e.d.)

–      Onderhoud portieken en buitenruimte (Woningcorporaties)

 

Doel

Burgers voor burgers

In de woonservicegebieden worden Wijkservicepunten (dienstverlenende organisatie in het Wmo-netwerk in de wijk) opgezet, waarbij wordt aangesloten bij reeds bestaande activiteiten. Wat er in zo’n wijkservicepunt zou kunnen komen, kan werkenderwijs ingevuld worden. In principe kunnen burgers er terecht met hun vraag en aanbod rond dienstverlening, ondersteuning of zorg.

Doel is dat de Wijkservicepunten burgers die ondersteuning nodig hebben bij dagelijkse activiteiten een gerichte oplossing bieden, en dat zij tegelijk de talenten en competenties die er bij burgers zijn (m.n. bij Wsw’ers) daarvoor beschikbaar stellen en een match maken. Kortom, vraag en aanbod bij elkaar brengen. Steeds met het oog op de wijk en de bewoners, op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, van leefbaarheid en sociale cohesie, en op het inzetten van talenten.

 

Doel gemeente

De gemeente stelt zich tot doel om de zelfredzaamheid en participatie van beperkt zelfredzame burgers te versterken.

Bovenstaande aanpak biedt een mogelijkheid om daar een wederkerigheid in te brengen.

Zo worden consumenten van welzijnsdiensten (= burgers) tevens producenten. In ruil voor een dienst wordt van de burger een inzet naar vermogen verwacht. Die inzet kan variëren van het regelmatig bezoeken van een oudere in een sociaal isolement of het trainen van taalvaardigheid van buurtbewoners, tot het uitvoeren van eenvoudige (vervoers)diensten, klussen of begeleiding.

 

Relatie met Gebiedsgerichte inkoop zorg en welzijn (GGI): consortium

De huidige trends bij elkaar bieden de gemeente nieuwe mogelijkheden die zij kan benutten, zowel bij de gebiedsgerichte aanbesteding van zorg en welzijn, als bij het opzetten / invullen van de wijkservicepunten. Nu de aanbesteding van zorg en welzijn wordt voorbereid, kan de gemeente die kans grijpen door ook het aspect van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van talenten en competenties op te nemen als criterium. Dat betekent dat de gemeente in haar rol als opdrachtgever b.v. een consortium van zorg- en welzijnsaanbieders opdraagt een punt te regelen waar vraag en aanbod met elkaar gematcht worden.

 

Bestuurlijke inbedding

Het opzetten en realiseren van wijkservicepunten moet opgenomen worden in de gebiedsgerichte inkoop zorg en welzijn (GGI), ingebed in gemeentelijk beleid (beleidsplan) en in uitvoering (verantwoordelijke / projectbegeleider in ambtelijke organisatie. Roteb of SoZaWe?).

 

Samenvattend

Door wijzigingen in de AWBZ wordt een groter beroep gedaan op de zelfredzaamheid van mensen, al dan niet met hulp / ondersteuning vanuit het eigen netwerk. Door wijzigingen in Wsw, Wajong, en de invoering van de Wwnv wordt van meer mensen verwacht dat zij zelf (betaalde) arbeid op de reguliere arbeidsmarkt vinden. Dit betekent dat er enerzijds meer vraag naar (vrijwillige) ondersteuning komt, en anderzijds meer aanbod aan (vrijwillige) arbeidskrachten beschikbaar komt.

Zo is er meer aanbod op de vrijwilligers c.q. arbeidsmarkt van Wsw’ers, vrijwilligers / actieve bewoners, uitkeringsgerechtigden (Wwnv), niet-uitkeringsgerechtigden en jongeren (Maatschappelijke stage), die betaald werk of vrijwilligerswerk willen doen.

Tegelijk is er meer vraag naar arbeidskrachten of vrijwilligers bij ouderen en mensen met een beperking die zelfstandig wonen, personen die (individuele of groeps)begeleiding kwijtraken in 2013 of 2014, ‘vlechtwerkers’ of andere beroepskrachten, bewonersorganisaties, ondernemers, zorgaanbieders en woningcorporaties.

Deze vraag en aanbod kunnen bij elkaar gebracht worden t.b.v. commerciële activiteiten (post/pakketbezorging), dienstverlenende activiteiten (kleine woningaanpassingen, klussendienst, uitleen scootmobielen e.d.), vervoer, onderhoud van portieken en buitenruimte e.d.

 

Aanbevelingen

Op basis van bovenstaand doen wij de volgende aanbevelingen:

 

Aanbeveling 1

Wsw-raad Rotterdam en SPA22 bevelen aan dat de gemeente wijkservicepunten ontwikkelt waar vraag en aanbod qua arbeid en bij elkaar gebracht worden en een goede match wordt gezocht.

 

Aanbeveling 2

Wsw-raad Rotterdam en SPA22 bevelen aan te starten met een pilot in een of meerdere wijken en die pilot te verbinden met de GGI.

 

Aanbeveling 3

Wsw-raad Rotterdam en SPA22 bevelen aan om voor het opzetten en ontwikkelen van de pilot een ‘ontwikkelgroep’ op te zetten waaraan deelnemen Robedrijf, SoZaWe, Wsw-raad Rotterdam en MEE Rotterdam Rijnmond. Zo kan de gemeente samen met cliënten een opzet maken.