Advies wachtlijstbeheer 2010

 

Advies

 Wsw-geïndiceerden aan de beurt

effectief en efficiënt Wsw-wachtlijstbeheer

 

 

Wsw-raad Rotterdam

november 2010

 

Leden Wsw-raad Rotterdam

Dhr. M. Slootweg (voorzitter)

Dhr. R. Palmers (secretaris)

Mevr. M.A. Ringeling (penningmeester)

Dhr. R.M.H. van den Barselaar (lid)

Dhr. E. de Bever (lid)

Dhr. C. Edenburg (lid)

Dhr. M.M. de Gelder (lid)

Mevr. T. Gerritsen (lid)

Dhr. J. Meijer (lid)

Mevr. R. Roberts (lid)

Mevr. S. Soedamah (lid)

Dhr. J de Vries (lid)

 

Ambtelijk ondersteuning:

Dhr. C.H. Lafeber

Dhr. A.W. de Regt (RWI)

 

 

VOORWOORD

Voor niet alle Wsw-geïndiceerden is er voldoende budget beschikbaar om hen direct aan het werk te helpen. Dit betekent voor een grote groep Wsw-geïndiceerden dat ze in afwachting van een passende baan op een wachtlijst komen te staan.

De raad betreurt het bestaan van een wachtlijst en zeker in die situaties waarin Wsw-geïndiceerden letterlijk jaren moeten wachten voordat hen passend werk wordt aangeboden.

De raad worstelt jaarlijks met de vraag of het rechtvaardig is om binnen de bestaande wachtlijst voorrangsgroepen aan te wijzen. Voor 2009 en 2010 heeft de raad hier nog mee ingestemd. Binnen de raad bestaat er op dit moment echter grote twijfel om ook voor 2011 hiermee in te stemmen.

De raad hecht veel waarde aan het goed functioneren van de wachtlijst en heeft het initiatief genomen hierover een advies uit te brengen.

De Wsw-raad spreekt haar waardering uit voor alle betrokkenen die een bijdrage hebben geleverd aan het advies. Het advies wordt met het aanbieden aan het college en de gemeenteraad openbaar gemaakt.

 

Chiel Slootweg

voorzitter Wsw-raad Rotterdam

 

 

Het Advies

Inleiding                    

Wsw-geïndiceerden wachten in Rotterdam gemiddeld 15 maanden alvorens ze een passende baan krijgen aangeboden. Er zijn situaties waarin er zelfs sprake is van een wachttijd van langer dan 5 jaar. De Wsw-raad adviseert jaarlijksover hetaanwijzen van voorrangsgroepen. Binnen de Wsw-raad bestaat veel discussie over het aanwijzen van voorrangsgroepen. Reden voor de raad om het functioneren van de wachtlijst nader te onderzoeken.

 

Motivatie                   

De Wsw-raad streeft naar een eerlijke en rechtvaardigetoepassing van het wachtlijstbeheer voor Wsw-geïndiceerden. De raad realiseert zich hierbij dat bepaalde groepen op de wachtlijst speciale aandacht verdienen. Het is ook om die reden dat de raad zowel in 2009 en 2010 positief geadviseerd heeft over het aanwijzen van voorrangsgroepen.

De raad beseft, dat daar waar er zich kansen voordoen, het te rechtvaardigen is dat bepaalde groepen geïndiceerden voorrang krijgen. Jonge mensen, zeker die met een arbeidsbeperking, zijn kwetsbaar en horen niet thuis te zitten. Het is om die reden dan ook te rechtvaardigen dat deze jonge mensen voorrang krijgen. Ook geïndiceerden die zelf een baan hebben gevonden, moet je die kans niet ontnemen.

De Wsw-raad twijfelt of er met het aanwijzen van voorrangsgroepen geen willekeur is ontstaan. Is het allemaal nog wel eerlijk en rechtvaardig? Worden er nu niet teveel mensen die moeilijk plaatsbaar zijn verdrongen? Vragen die steeds terug komen en die steeds moeilijker te beantwoorden zijn.

 

Huidige situatie       

In de nieuwe wet sociale werkvoorziening (nWsw) van 2008 is opgenomen dat gemeenten moeten werken met een voor de geïndiceerde transparante wachtlijst. Daarnaast is het mogelijk geworden dat gemeenten afwijken van het fifo-systeem (first-in/first-out). Gemeenten mogen zelf beleid maken, waarbij bepaalde groepen op de wachtlijst voorrang kunnen krijgen op andere geïndiceerden.

Rotterdam heeft voor 2009 en 2010 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

Het betrof achtereenvolgens:

2009:

1.         Geïndiceerden met een advies Begeleid Werken voor wie een match met een werkgever kan worden gemaakt;

2.         Geïndiceerden met een toegekend PGB;

3.         Geïndiceerden met een Wajong-uitkering;

4.         Degenen bij wie een Begeleid Werken-betrekking buiten eigen schuld wordt beëindigd;

5.         ID’ers die worden omgezet naar een Wsw-Begeleidwerken betrekking;

6.         Wachtlijstbaners van wie de aanstelling niet verlengd kan worden.

 

2010:

1.         Geïndiceerden met een advies Begeleid Werken voor wie een match met een werkgever kan worden gemaakt;

2.         Geïndiceerden met een toegekend PGB;

3.         Geïndiceerden met een Wajong uitkering;

4.         Degenen bij wie de aanstelling Begeleid Werken buiten eigen schuld wordt beëindigd;

Voor 2010 is ook voorgesteld de groep geïndiceerden met een aflopend Wwb-traject met voorrang aan te wijzen. De Wsw-raad heeft dit in haar advies afgewezen. Dit advies is door de directie van SoZaWe overgenomen.

Hoewel door de WSW-raad niet met zekerheid is vast te stellen, bestaat er toch sterk de indruk dat er in Rotterdam, in strijd met de wet, toch met meerdere wachtlijsten wordt gewerkt. Ook bestaat er de indruk dat geïndiceerden met een afgerond Wwb-traject, in tegenspraak met wat is afgesproken, toch met voorrang binnen de Wsw geplaatst zijn.

De Wsw-raad heeft geen informatie kunnen vinden waaruit blijkt dat de wachtlijst voor Wsw-geïndiceerden transparant en toegankelijk is.

Actief wachtlijstbeheer betekent ook dat er regelmatig vastgesteld moet worden of de Wsw-geïndiceerde beschikbaar is voor werk. Rotterdam stuurt in dat kader een vragenlijst naar haar Wsw-geïndiceerden op de wachtlijst.

De vragenlijst moet door de Wsw-geïndiceerde worden ondertekend. Ondertekening kan onbedoeld als effect hebben dat de geïndiceerde, zonder dat deze zich bewust is, van de wachtlijst wordt gehaald en opgebouwde rechten verliest.

            

Gewenste situatie    

In de meest ideale situatie zijn wachtlijsten overbodig geworden en kunnen mensen met een arbeidsbeperking volwaardig meedoen in onze maatschappij. Iets waar de raad zich voor zal blijven inzetten, in de wetenschap dat hiervoor nog veel werk verzet zal moeten worden.

Voor dit moment is het belangrijk dat het beheer van de wachtlijst op een eerlijke en rechtvaardige wijze plaatsvindt.  Anders gezegd; iedereen komt tijdig aan de beurt, waarbij kansen niet gemist worden.

Er wordt gewerkt met één wachtlijst, een wachtlijst waarbij het voor geïndiceerden zichtbaar is op welke plaats ze staan en vanaf welke plaats geïndiceerden uitstromen.

Jaarlijks wordt door de verantwoordelijke dienstdirecteur verantwoording afgelegd en wordt de rapportage daarover openbaar gemaakt.

 

Het advies                

Wsw-raad Rotterdam vraagt de volgende punten op te nemen in haar beleid wachtlijstbeheer Wsw-geïndiceerden.

  • Gemeente Rotterdam werkt, zoals door de wet voorgeschreven, met één wachtlijst voor Wsw-geïndiceerden. Het werken met sublijsten wordt niet langer toegestaan.
  • De wachtlijst wordt voor geïndiceerden en overige belanghebbenden, rekening houdend met de wet op de privacy,  transparant gemaakt.
  • In het kader van actief wachtlijstbeheer wordt niet langer van een vragenlijst gebruik gemaakt. Wsw-geïndiceerden worden jaarlijks uitgenodigd voor een voortgangsgesprek.
  • Wsw-geïndiceerden die aangeven niet langer op de wachtlijst te willen blijven staan, kunnen binnen een termijn van 2 maanden op hun verzoek weer teruggeplaatst worden.
  • Jaarlijks wordt door de dienstdirecteur in een rapportage verantwoording over het beheer van de wachtlijst afgelegd.
  • Het aanwijzen van voorrangsgroepen blijft mogelijk. Partijen die hierover adviseren dienen, alvorens advies uit te brengen, volledig en tijdig door de dienstdirecteur geïnformeerd te worden. De Wsw-raad krijgt zo tijdig de beschikking over alle relevante stukken.
  • Wsw-geïndiceerden die langer dan gemiddeld op de wachtlijst staan, krijgen extra ondersteuning bij het vinden van passend werk.
  • Gemeente Rotterdam stimuleert en/of neemt zelf initiatieven om passende arbeid voor moeilijk bemiddelbare geïndiceerden mogelijk te maken. In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over het aantal activiteiten en plaatsingen van moeilijk bemiddelbaren.
  • De Wsw-raad adviseert de gemeente haar beleid wachtlijstbeheer op basis van bovenstaande adviespunten bij te stellen en het gewijzigde beleid per 1 januari 2011 in werking te laten treden.